Een knal voor je kop!

Voor 8+

Tims moeder mist de trein, terwijl Tim er al in zit. Zo komt het dat Tim de reis naar zijn oma in Amsterdam alleen moet maken.
Onderweg ontdekt Tim boeven. Ze hebben een pistool en gaan een bank beroven.
Tim heeft alleen maar een trompet en toch wil hij de boeven te pakken krijgen.

Het zijn schurken, ze laten nepbommen ontploffen bij de achterdeur van een bank.
Dan gaat de politie de verkeerde kant op en roven ze het geld uit de bank.
Tim krijgt het vreselijk warm, een druppel zweet loopt over zijn wang.
Zijn benen gaan prikken, het is alsof er naalden in steken.
Hij houdt zijn adem in, zo bang is hij dat de boeven hem ontdekken.
En dan hoort Tim: Klak!
En: Klik! – Klik! – Klik!.
Opeens: Tik!
Er valt iets op de grond.
Tim ziet het liggen.
Het is zwart en rond. Het heeft een scherpe punt
De punt lijkt van goud. Hij glimt.
Er komt een hand naar beneden, vlak voor Tims neus.
De hand beweegt, hij zoekt het ding. Een vinger stoot er tegenaan en dan rolt het naar Tim toe.
Het is een kogel! Een echte kogel! Uit een pistool.
De man wil de kogel terug.
Straks bukt hij en kijkt hij onder de bank. Dan is Tim verloren.
Tim geeft de kogel een duwtje, zijn vinger trilt.
De kogel rolt weg en botst tegen de man zijn vinger aan.
‘Ha, daar is-tie,’ hoort Tim.
En dan gaat het weer van: Klik! – Klik! – Klik!
En daarna: Klak!
De boeven hebben kogels in een pistool gedaan.
Als ze me vinden, schieten ze me dood! denkt Tim.
Zijn mond wordt droog, nog droger dan zand.
Hij wil slikken, maar dat gaat niet.
Het is alsof zijn keel op slot zit.